Als ik de aantekeningen van Nils van destijds goed begrijp is een combinatie van poten-onderstaart en vlekpatroon onderdelen het meest belangrijk. Maar wat te doen met perfecte vogels die hun poten niet laten zien? Moeilijk om het taxon en de grens met iliacus objectief te omschrijven vind ik...
Ik heb zelf 3 coburni's in een groep van 50 iliacus gezien op Terschelling. Ik heb van elke vogel een compilatietje gemaakt en dit via een formulier toegezonden, hierbij gelet op deze combi van kenmerken. Ik denk dat ze (in theorie) tot nu rond de 15 formuliertjes kunnen verwachten op deze manier. Als we bij de 60 zijn wordt hij beoordeel-af geloof ik. Maar uitzonderingen zijn tegenwoordig mogelijk. Het probleem is dat het geen straight forward determinaties zijn zoals ik al zei, waardoor het terecht lijkt om aan te kunnen tonen dat er echt zoveel in NL komen (en niet uit te gaan van een vermoeden). En als je heel correct bent, zou je ook moeten kijken of er dubbeltellingen zijn (vlekpatronen vergelijken...). |