Kies Nederlands Switch to English
Roze Spreeuw
Roodkeelnachtegaal
Hoogwoud


Even geduld...

Dutch Birding volume 33 (2011) no 5

2011-5

Veldkenmerken voor herkenning van tweedejaars Baltische Mantelmeeuw

In dit artikel worden de identificatiecriteria voor Baltische Mantelmeeuw Larus fuscus fuscus herzien. Aan de hand van de bestaande literatuur en jarenlange veldervaring wordt geadviseerd welke ongeringde vogels voor aanvaarding in aanmerking zouden moeten komen. Met name tweede-kalenderjaar vogels worden behandeld, omdat deze leeftijdscategorie de beste kans biedt op herkenning.
Graellsii/intermedius: Uit onderzoek aan geringde tweede-kalenderjaar L f graellsii (n=86) uit België, Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Nederland en L f intermedius (n=60) uit Denemarken, Noorwegen en Zweden blijkt dat het vervangen van staartpennen tijdens de eerste winter ongewoon is in graellsii (vijf van de 27 vogels (19%) waarbij dit kenmerk beoordeeld kon worden), maar regelmatig voorkomt in intermedius (10 van de 17; 59%). Geen van de 18 op dit kenmerk beoordeelbare graellsii had armpennen geruid, tegenover drie van de 14 (21%) intermedius. Rui in de buitenste vijf armpennen kwam bij geen van de 146 geringde individuen voor. In het veld worden echter wel sporadisch (ongeringde) vogels aangetroffen met enkele geruide binnenste handpennen, maar met een kleed dat lijkt te wijzen op westelijke herkomst. Graellsii/intermedius begint de eerste complete rui in het voorjaar van het tweede kalenderjaar. In juli-augustus vertoont hun kleed duidelijk ruigaten of ziet het er zeer vers uit. De vleugel bevat nog enkele sterk gesleten juveniele handpennen of lijkt atypisch kort, omdat de buitenste handpennen ontbreken of groeien.
Fuscus: Tweederde van alle nominaat fuscus ondergaat een complete rui in de eerste winter, inclusief alle staart-, arm- en handpennen. De meeste tweede-kalenderjaar vogels worden in mei-juni waargenomen, als ze relatief gemakkelijk te herkennen zijn aan hun vergevorderde kleed en glimmend zwarte handpennen met afgeronde toppen (plaat 385 en 387). Gedurende de zomer verandert de verschijning van een vergevorderde tweede-kalenderjaar nominaat fuscus nauwelijks. Dit contrasteert sterk met een tweede-kalenderjaar graellsii/intermedius, die in de zomer een complete rui ondergaat. Als de kwaliteit van het verenkleed goed beoordeeld kan worden is tweede-kalenderjaar nominaat fuscus daarom tot in augustus herkenbaar (plaat 386).
Sommige van de meest vergevorderde tweede-kalenderjaar nominaat fuscus zijn zeer lastig op leeftijd te brengen omdat ze verward kunnen worden met derde-kalenderjaar nominaat fuscus of intermedius (plaat 388). Het onderscheid tussen tweede- en derde-kalenderjaar nominaat fuscus kan worden bepaald aan de hand van de binnenste handpennen. Tweede-generatie binnenste handpennen hebben een smalle lichte top (<10 mm), tegenover een (veel) bredere top (>10 mm) in derde-generatieveren. Voor het onderscheid met derde-kalenderjaar intermedius moet gelet worden op kwaliteit van de arm- en handpennen. Aangezien deze bij intermedius enkele maanden eerder vervangen zijn, zijn deze ten opzichte van nominaat fuscus meer gesleten. Derde-kalenderjaar intermedius toont daarnaast doorgaans een staart met enkele geheel witte staartpennen, dan wel een geheel witte staart; tweede-kalenderjaar nominaat fuscus heeft een complete staartband, vaak met smalle witte veertoppen.
De bovendelen van een typische tweede-kalenderjaar nominaat fuscus zijn ongetekend donkerbruin, vermengd met adult-achtige zwartgrijze veren (plaat 385-388). De laatste zijn in sommige individuen wat lichter grijs dan in andere. Vogels met een sterk getekend kleed (plaat 389), dat normaal is voor graellsii/intermedius maar atypisch voor nominaat fuscus, zouden niet in behandeling moeten worden genomen. Hetzelfde geldt voor individuen met een ongewoon lichtgrijs kleed (plaat 390), die potentiële Heuglins Meeuw L heuglini-kandidaten zijn.
Een ruipatroon dat resulteert in drie generaties handpennen in het najaar moet als exclusief voor nominaat fuscus worden beschouwd. Vogels met een dergelijk ruipatroon (plaat 391) komen dus eveneens voor aanvaarding in aanmerking.
Criteria voor herkenbare tweede-kalenderjaar nominaat fuscus: Tweede-kalenderjaar Kleine Mantelmeeu­en in de periode april-juni komen in aanmerking voor aanvaarding als nominaat fuscus als: 1 alle staart- en armpennen en minimaal acht handpennen geruid zijn naar tweede-generatieveren; de bovendelen een mengeling tonen van ongetekende donkerbruine en donkergrijze tot zwartgrijze veren. In sommige vogels kunnen de donkerbruine veren lichtere toppen hebben ten gevolge van sleet, terwijl in andere een vaag patroon zichtbaar is op de (grote) dekveren. Vogels met een duidelijk getekend of opvallend lichtgrijs kleed komen niet voor aanvaarding in aanmerking.
Min of meer dezelfde kenmerken gelden voor de periode juli-augustus. Herkenbare tweede-kalenderjaar nominaat fuscus heeft dan licht tot matig gesleten handpennen en kan reeds de binnenste handpennen naar derde-generatieveren ruien. Vogels die met één of twee juveniele handpennen naar Europa zijn teruggekeerd zouden in theorie verward kunnen worden met de snelst ruiende intermedius. Alleen een tweede-kalenderjaar nominaat fuscus die in het voorjaar al een complete set nieuwe handpennen had komt dus in juli-augustus voor aanvaarding in aanmerking. In het najaar geldt dit voor vogels met drie generaties handpennen.
Derde kalenderjaar vogels: In theorie zouden ongeringde vogels met een zeer vergevorderde rui voor aanvaarding in aanmerking kunnen komen. Het probleem is echter dat deze in de praktijk niet te onderscheiden zijn van vierde-kalenderjaar vogels die nog duidelijke tekenen van onvolwassenheid tonen (plaat 392).
Aanvullende informatie: Op een apart onderdeel van de Gull Research Organisation website (www.gull-research.org/2cyfuscus) staan aanvullende foto's van de vogels van plaat 385-391, alsmede een serie aanvaardbare en niet-aanvaardbare vogels die niet in dit artikel zijn behandeld.

Ruud G M Altenburg, De Waterdief 5, 1911 JN Uitgeest, Netherlands
(r.altenburgxs4all.nl)
Ies Meulmeester, Leliestraat 27, 4461 PC Goes, Netherlands
(iesmeulmeestersolcon.nl)
Mars J M Muusse, Ruysdaelhof 13, 2215 AJ Voorhout, Netherlands
(marsmuussegmail.com)
Theodoor O V Muusse, Billitonstraat 19, 3312 SB Dordrecht, Netherlands
(theomuussechello.nl)
Pim A Wolf, Batenburg 63, 4385 HG Vlissingen, Netherlands
(pim.wolfgmail.com)



terug